Sissi’s Stierenbloed

Bij een bezoek aan Wenen is er wat mij betreft één must: de voormalige Königliche und Kaiserliche Hofsilber- und Tafelkammer in de Hofburg. Van wat je hier, in de kelders van dit Habsburgse paleis, aan tafelgerei ziet, sla je steil achterover! Met opengevallen mond dwaal je van het ene keldergewelf naar het andere, volledig volgestouwd  met bestek, borden, glazen, pannen, bakvormen, kannen en karaffen. Het is slechts een klein percentage van wat er ooit was; de rest is verkocht na de ineenstorting van de Oostenrijkse monarchie in 1918.

En dan te bedenken dat Sissi een enorme gezondheidsfreak was, die at als een musje. Aan haar was al dat servies in ieder geval niet besteed. Een bevriende culinaire schrijver wist me laatst over keizerin Elisabeth, beter bekend als Sissi, te vertellen dat zij runderbloed dronk, om op krachten te blijven. Runderbloed? Ga toch heen man, dacht ik. Zoiets verwacht je van Masai-krijgers in Afrika, niet van royalty in West-Europa.

[Lees meer...]

Egri Csillag: een witte tegenhanger voor Stierenbloed

De officiële wijnboeken moeten weer aangepast, want Hongarije heeft er een nieuwe herkomstbenaming bij. Op 8 april vond in de Burcht van Eger het Egri Csillag Wijnfestival plaats. Drieёntwintig wijnmakers presenteren er hun Egri Csillag, de witte tegenhanger van de Egri Bikavér. Eerder al, op 15 maart, de dag waarop de vrijheidsstrijd van 1848 tegen de Oostenrijkers wordt herdacht,  werd de wijn, die sinds twee jaar bestaat, op de markt gebracht.  Jawel: er is nu ook een witte versie van de rode, welbekende Egri Bikavér, de wijn die wij als Stierenbloed kennen!

[Lees meer...]

Nog meer goede voornemens, en een rondje Wine Professional

Het mooie van Wine Professional, de grote Nederlandse wijnbeurs die dit jaar zijn 10e editie beleefde, is dat hij aan het begin van het jaar wordt gehouden. Dat geeft je de gelegenheid je goede voornemens onmiddellijk in de praktijk te brengen. Over een deel van mijn voornemens schreef ik vorige week al. Een ander deel betreft de wijnen en wijngebieden waar ik dit jaar meer aandacht aan wil besteden. Maar om meer aandacht ergens aan te besteden, moet je ook meer kennis hebben, en die kun je gedeeltelijk opdoen op zo’n beurs. Wine Professional is een prima plek om kort maar krachtig de kennismaking met diverse wijnen te hernieuwen of te beginnen.

Mijn goede voornemens zijn: verdieping van kennis over bekende wijnlanden Duitsland en Oostenrijk en uitbreiding van de geringe kennis over ‘nieuwe’ landen uit Midden-Europa, zoals Hongarije, Slovenië , Kroatië (Istrië) en Tsjechië. En gelukkig bood Wine Professional daar dit jaar een prima gelegenheid voor.

[Lees meer...]

Over Hummergraben en Pfneiszl: Blaufränkisch anders

In Oostenrijk werd ik onlangs verliefd op de wijnen van de druif Blaufränkisch, vooral die uit Mittelburgenland. Het gaat dan om volle, geconcentreerde bijna bordeauxrode, donker gekleurde wijnen die over het algemeen rijping op barriques hebben ondergaan, soms gedeeltelijk nieuw. Het hout overheerst echter nergens, de fruitigheid voert de boventoon. Het zijn wijnen voor bij het eten, bij een stevig stuk vlees. Er is echter nog een andere stijl Blaufränkisch, waar ik gek genoeg pas in Nederland mee kennismaakte, en die ik wel zo prettig vind, misschien zelfs wel beter verteerbaar, zeker voor doordeweeks.
Totaal anders
Op de proeverij van de wijnen van Herrenhof, bij Good Grapes thuis, stond ook een rode wijn op tafel: Hummergraben 2009, gemaakt van 100% Blaufränkisch. Dat bleek een totaal andere Blaufränkisch dan de stevige jongens uit Mittelburgenland, Eisenberg en Leithaberg die ik eerder in Oostenrijk zelf geproefd had. De Hummergraben was helderrood en doorzichtig van kleur, elegant, slank, soepel, met relatief lage tannines en een lekkere kruidigheid. Kleur en structuur deden aan een goede maar simpele Pinot Noir denken, type Maconnais. Heel wat anders dus dan de volle, fluwelige en donkere wijnen die ik eerder had leren kennen.
Rijtjes wijnstokken in de Eisenberg DAC
Eisenberg
Ik dacht even dat het aan de herkomst van de druiven zou kunnen liggen: Steiermark, waar Herrenhof ligt, is toch weer een heel ander wijngebied, redeneerde ik. Gottfried Lamprecht, wijnmaker van Herrenhof, blijkt de druiven voor deze wijn echter niet zelf te verbouwen in Steiermark, maar te halen in Eisenberg (Südburgenland) waar hij van een boer de oogst opkoopt. Vreemd is dat niet: Eisenberg is voor Gottfried slechts een paar heuvelruggen verder naar het oosten, 50 minuten rijden van huis. In dit gebied heeft iedere huisbezitter, en zeker iedere landbouwer, nog een aantal rijen druivenstokken in de achtertuin staan. Iedereen maakte vroeger wijn van eigen stokken voor eigen gebruik. Velen hebben daar in de 21ste eeuw echter geen zin meer in, en verkopen hun druiven of hun rijen stokken. Met als gevolg dat échte wijnboeren in het gebied Eisenberg steeds vaker perceeltjes verspreid over diverse locaties hebben, dat families samenwerken, en dat er nu langzaam ook grotere bedrijven ontstaan. Tijdens de persreis na EWBC bezochten we paar van die familie- of samenwerkingsbedrijven, waaronder Wachter-Wiesler en Vinum Ferreum in Deutsch-Schützen. We proefden er ook de wijnen, en uit ervaring weet ik: in Eisenberg maken ze Blaufränkisch met min of meer dezelfde structuur en concentratie als in Leithaberg of Mittelburgenland.
Oude mandpers
Het lag dus niet aan de herkomst van de druiven. Gottfried had de volgende verklaring voor de verschillen: “Ik ontsteel het grootste deel van de trossen, die vervolgens in een open vergistingstank gaan. Met de hand duw ik pitten en schillen onder de most. Vervolgens pers ik met een oude mandpers die ik een jaar geleden in de winter heb gerepareerd. De wijn gaat daarna in barriques van oud eiken en wordt gebotteld na tien maanden. Ik voeg alleen een klein beetje zwavel toe. Ik gebruik geen nieuw hout; dat zorgt namelijk voor donkerder en dikker wijnen. Voor mij telt de vraag: hoe smaakt een wijn écht als wijnmaaktechniek een stap terug doet?  Die oorspronkelijke smaak wil ik zo puur mogelijk zien te krijgen; dat houdt voor mij ook het bereiken van complexiteit in.”
Pfneiszl
Het toeval wil verder dat ik enige dagen na de Hummergraben een zelfde soort Blaufränkisch proefde uit het assortiment van importeur Miranda Beems. Miranda importeert Hongaarse wijnen, waaronder de wijnen van Pfneiszl Hungarian Vineyards . De wijngaarden van dit domein liggen in Sopron. En Sopron ligt… net over de grens met Mittelburgenland. Het is de grote hap uit de Oostenrijkse grens die door politieke en historische gebeurtenissen nu Hongaars is, in tegenstelling tot het omringende gebied. Deze Kékfrankos 2009 – Hongaars voor Blaufränkisch – was eveneens helderrood en doorzichtig, fris en fruitig, kruidig, elegant en slank, misschien een tikje voller dan de Hummergraben. Een zeer prettige wijn, en met slechts 12,5% alcohol. En daar houden de overeenkomsten met de Hummergraben nog niet op: Gottfried wist me wel te vertellen dat hij met Birgit Pfneiszl, een van de twee wijnmakende zusjes, op school (wijnschool, dan) heeft gezeten.
Twee stijlen Blaufränkisch, allebei uit hetzelfde gebied in Midden-Europa. Iets zegt mij dat de wijnen uit Steiermark en Sopron veel meer de nazaten zijn van een wijntraditie uit de tijd van de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie dan die uit Burgenland. De ene stijl is daarmee niet meer of minder dan de andere. Beide zijn spannend en origineel, maar leveren gewoon andere wijnen. En dat maakt de wijnwereld voor mij zo ongelooflijk fascinerend.

Wijnavontuur in Canada


Het blijft de droom van velen: een wijngaard exploiteren in een ver en mooi land. Heel toevallig proefde ik deze week kort na elkaar wijnen van twee verschillende stellen expats.
Van Marit le Noble (schrijfster van onder andere het boek De Achteruitrijvogel) kreeg ik eerder deze week een doos toegezonden met de wijnen I, II, III en IV van Saint Paul le Marseillais in de Languedoc. De II, Rosé 2008 van grenache, Vin de Pays de l’Herault, was een verrassend lichte en zuivere wijn, prima voor terras en camping. Als er meer wijnen geproefd zijn, volgt een uitgebreider stukje.

Van Rolf en Heleen Pannekoek, die anderhalf jaar geleden naar Canada emigreerden, proefde ik zaterdag 23 januari wijnen op een proeverij in het Amsterdamse Casa400. Ik sprak er ook kort met Rolf en Heleen, die zelf hun wijn presenteerden. De wijnen van Fort Berens, het ‘estate’ van Rolf en Heleen, waren te proeven samen met een mooie selectie Hongaarse wijnen van Miranda Beems, jaargenoot van Heleen op de Wijnacademie.

Ik hoorde het eerst van het wijnavontuur van Rolf en Heleen op Wijnerij, het weblog van de helaas te vroeg overleden Ed Starren. Ed gaf een mooie introductie, die het lezen waard is.
Rolf en Heleen vertrokken in de zomer van 2008 naar Canada, na eerst ook elders naar mogelijkheden voor het starten van een wijngaard te hebben gekeken, onder andere in Hongarije.
Na een spannend 2008, waarin veel onderzoek werd gedaan, onder andere in de Okanagan Valley in British Columbia, kochten Heleen en Rolf land in het plaatsje Lillooet, 250 kilometer van Vancouver in noordelijke richting, en ook 250 km van de Okanagan Valley, in westelijke richting. De Okanagan Valley is een bekend wijngebied in Canada, waar goede wijnen vandaan komen. De landprijzen zijn er echter inmiddels vrij hoog en een wijngaard aankopen is een kostbare onderneming. Vandaar dat ze elders zijn gaan zoeken. Hoe dit allemaal verliep is uitgebreid te lezen op hun eigen website Rolf en Heleen Wijnavontuur.

In het voorjaar van 2009 werd dan eindelijk Fort Berens gevestigd en gingen de eerste stokken de grond in in Lillooet. Met gekochte wijnen en druiven (uit de Okanagan Valley) is later in het jaar de wijnverkoop gestart, vooral ook om geld voor de toekomst te genereren. Lillooet is gunstig gelegen ten opzichte van Whistler, waar de Olympische Spelen gehouden worden. Rolf en Heleen hopen dan ook op veel aanloop van toeristen die van Vancouver via Whistler British Columbia in trekken.

Rolf en Heleen plantten vooral riesling, naast pinot noir, pinot blanc, pinot gris en nog wat andere druivenrassen. Het zijn dezelfde druivenrassen die zij ook hebben ingekocht en die zij afgelopen weekend lieten proeven. Van de Riesling was ik niet zo gecharmeerd; de zuren waren te overheersend en er stond weinig tegenover. De Meritage echter, een blend van cabernet sauvignon, cabernet franc en merlot mocht er zijn: lekker soepel en rond, een prima rode wijn voor alledag. Ook de rosé van pinot noir was zeer aangenaam: gelukkig geen zoetje te ontdekken, maar wel lekker fruitig. En de Selected Late Harvest van Pinot Blanc vond ik zo geslaagd dat ik er een flesje van heb meegenomen. Zo vaak proef je tenslotte geen Canadese zoete wijn, en al helemaal niet uit British Columbia.

Fort Berens verwacht in 2011 zijn eerste oogst te hebben, waarna in 2012 de eerste eigen witte wijnen en in 2013 de eerste eigen rode wijnen op de markt zullen komen. Ik wil toch al eens naar die kant van Canada op vakantie, dus als het zover is weten we alvast één adres om langs te gaan. (En misschien is het guesthouse / hotel van Fort Berens dan ook wel gerealiseerd. Als ik de plannen van Rolf en Heleen zo lees, zou dat er best eens kunnen komen.)

Geproefd: Napbor van St. Andrea

Normaal gesproken drink je aan tafel witte wijn vóór rode wijn. Tenzij de rode wijn veel lichter is dan de witte wijn, of tenzij je een glas champagne inlast als intermezzo natuurlijk.
Tijdens proeverijen beginnen wij ook altijd eerst met de witte, om daarna door te gaan met de rode en zoete wijnen, in die volgorde. Maar soms loopt het gewoon anders. En dan blijkt een glas verfrissend wit heerlijk om een proeverij met heftige rode wijnen af te sluiten. Afgelopen donderdag stonden door omstandigheden alleen stevige rode wijnen als Rioja, Bordeaux, Argentijnse Malbec en Australische Cabernet-Merlot op mijn proeftafel. (De laatste was trouwens een verrassend frisse en fruitige, gewoonweg lekkere wijn, Rolling, van Cumulus Wines.)

We hadden na al dat roods behoefte aan een opwekkende afsluiter, en dat werd de Napbor, van het Hongaarse wijngoed St. Andrea. Importeur Miranda Beems beschreef hem mij eens als ‘zonnewijn’. ‘Napbor’ schijnt dat ook te betekenen. In deze blend van pinot blanc, harslevelü, chardonnay, sauvignon blanc en olaszrizling proef je inderdaad de zon, of misschien meer nog de warmte van het Hongaarse land rondom Eger. Napbor is een wijn met een schone, frisse smaak, met veel rijp fruit, maar ook iets aards, in de richting van goudgeel tarwe (geen idee hoe dat smaakt, maar die associatie kwam nu eenmaal bij me op ;-) ) of hooi. Een wijn die iedereen lekker vindt, die lekker weg drinkt maar toch wel iets om het lijf heeft. Geen niemendalletje (zeker niet voor de prijs van € 11,25, die we toch wel aan de stevige kant vonden.)

Ik zou graag iets meer schrijven over het wijngoed, maar de website is alleen in het Hongaars. En verder dan tot drie tellen, kom ik niet in die taal… Wel weet ik dat het een vrij jong bedrijf is, gestart in 2002, en dat de eigenaar Gyorgy Lorincz is. Lorincz werkte samen met Tibor Gal, tot deze in 2005 bij een tragisch auto-ongeluk in Zuid-Afrika om het leven kwam. Het bedrijf is bezig met een omschakeling naar biodynamie, wat met vallen en opstaan gaat.

Overigens, de zoete wijn links op de foto, ook Hongaars, was ook niet te versmaden. Deze Magita Cuvée 2007 werd gemaakt van laat-geoogste druiven en komt uit Tokaj. Hij combineerde fantastisch met een stuk mokka-schuimtaart! Met het huis Béres maakte ik al eerder kennis.

Mosselen met Hongaarse wijn

Nederlanders drinken graag wijn bij het eten. En daarbij maakt het niet uit wat het eten is en of de wijn die in huis is, wel bij het eten past. We drinken gewoon graag wat we lekker vinden. Klaar! Dat is één van de opmerkelijke uitkomsten van een onderzoek dat Trendbox in opdracht van het Productschap Wijn uitvoerde.
Maar als we dan wel een wijn willen uitzoeken die past, dan missen we adviezen voor bij de pizza, de spaghetti, de afhaalchinees of bij scherper Aziatisch eten. Voor bij simpel, doordeweeks eten dus. Ook dat was een uitkomst van het onderzoek.

Gewurztraminer en Muskaat
En daar zal ik hier dan maar eens snel wat aan gaan doen. Bijvoorbeeld: bij Aziatisch eten passen diverse leuke wijnen. Toevallig zijn dat alleen wel wijnen die wat minder bekend zijn, zoals Gewurztraminer, of droge Muskaat. Kijk hiervoor eens naar wijnen uit de Elzas, via bijvoorbeeld de website Smaakexperience. Je vindt ook prima voorbeelden in de recent uitgekomen wijngidsen.

Helemaal onbekend is waarschijnlijk de Hongaarse Irsai Oliver. Toch zijn daar lekkere voorbeelden van op de Nederlandse markt. Icarius wijnen bijvoorbeeld verkoopt voor € 6,95 een verrassende Budai Irsai Oliver, een wijn uit het gebied Buda gemaakt van het druivenras irsai oliver, door het wijnhuis Nyakas.

Lychees en druiven
De wijn ruikt alsof je een blik tropisch fruit opentrekt, met wat lychees in de mix, maar vooral ook druiven. De zuren zijn heel fris, eigenlijk precies goed, en het alcoholpercentage slechts 12%. We dronken deze wijn bij een schaal oosters klaargemaakte mosselen. Uit de schelp gehaald, overgoten met een sausje van soja en kokos, en geserveerd op een bedje van mie, broccoli en oesterzwam (aangepast recept uit het Mosselboek).

Nyakas
De Nyakas Cellars is een jong bedrijf, opgericht in 1997 met een productiecapaciteit van 6.000 hl. Deze coöperatie is in handen van meer dan 40 eigenaren, allemaal locale mensen die ook na de verandering van het regime in Hongarije geloven in de coöperatie.

De wijngaarden beslaan ongeveer 124 hectaren en liggen zo’n 25 km ten westen van Boedapest, rondom de dorpen Budajenô en Tök. De toevoeging Budai voor het druivenras irsai oliver verwijst dan ook naar dit gebied. De aanwezigheid van kalk en mineralen in de bodem en het heersende microklimaat dragen bij aan het droge, crispy karakter van de wijnen.
De naam Nyakas refereert aan de heuvel naast de wijnkelder. De paarden op het etiket symboliseren de paarden van de Hongaarse poesta’s. In de directe omgeving van het bedrijf zie je nog altijd vele honderden paarden in de weilanden lopen.

Geproefd: Furmint 2007, Chateau Megyer


Even gniffelen, om een toch wel erg oubollig wijnetiket! Van etiketontwerp hebben ze nog niet veel kaas gegeten bij Chateau Megyer. Deze Tokaji Furmint 2007 smaakt gelukkig heel anders dan dit ‘lieve’ etiket doet vermoeden. Ik verwachtte een wat wollige, zoetige wijn, maar gelukkig bleek hij totaal droog te zijn. Vol en mineralig, echt een superbe verrassing uit oostelijk Hongarije.

Ik zou graag meer proefnotities geven, maar helaas, mijn bureau is de afgelopen week zo’n zootje geweest dat ik de aantekeningen niet meer terug kan vinden. Stom, stom, stom. Maar ik ben ook maar een mens…. ;-) Wel weet ik nog dat ook Cuno van ‘t Hoff hem geweldig vond, aldus een opmerking op Twitter.

Geïnteresseerd in deze wijn, van een druivensoort die we vooral kennen van de zoete Tokaji Aszu, maar dus ook prachtige droge wijnen kan voortbrengen? Bij Werkhoven Wijnen in Nieuwegein is hij te verkrijgen, voor circa € 8,50.

Appeltjes en vanille in de Törley Sec

Sinds ik ‘aan de cava’ ben, komen er ook steeds meer andere mousserende wijnen op mijn pad. Hoe heb ik het ooit zonder kunnen doen, vraag ik me nu af ;-) . Op een warme zondag maakten we dan ook in de tuin lekker de proeffles Törley Sec open, een mousserende wijn uit Hongarije.

Kleur: bleekgeel, met stevige mousse en niet al te grote belletjes.
Geur: appeltjes; de pubers omschreven het meer als vanille, wat ik ook kon plaatsen. Zoete appeltjes dus.
Smaak: duidelijk geen champagne, maar ook geen sekt of cava. Een vrolijk, zachte, vriendelijke fruitige wijn, die net even wat zuren mist naar onze smaak. We zochten naar een beetje bite, maar vonden die niet. Dit kan komen omdat wij gewend zijn aan Brut; dit was een Sec, wat toch een paar gram suiker per liter kan uitmaken.
Gebruikte druivenrassen zijn pinot noir, chardonnay en riesling, alcoholpercentage 11.5%. We dronken het restje door bij de simpele nasi van die dag, wat nog niet eens zo slecht combineerde….
Törley Sec is te koop voor € 11,00 bij 4-Trading en via deze website.

Törley is de grootste producent van mousserende wijn in Hongarije, en bovendien één van de oudste. ‘Met grote toewijding en doorzettingsvermogen ben ik er in geslaagd iets veel beters te produceren dan de Champagne wijnen die tot nu toe bekend zijn,’ schreef József Törley in 1882, toen hij had besloten om de vakkennis die hij had opgedaan in Reims te gebruiken in zijn eigen land. Hij had namelijk in Budafok de ideale plek gevonden in Hongarije om mousserende wijnen te gaan maken.
In Budafok worden al eeuwen druiven verbouwd op de hellingen langs de Donau. In de bodem van kalksteen zijn kilometers lange grotten uitgehakt. De kalksteen werd ondermeer gebruikt voor de bouw van het Hongaars Parlementsgebouw (1904). De grotten, met hun constante temperatuur, werden gebruikt voor de mousserende wijnen van Törley. Rond 1900 waren de mousserende wijnen van Törley in heel Europa te verkrijgen en ook in Parijs vonden deze wijnen gretig aftrek. Het kasteel van Törley en de vele kelders bevinden zich ten noorden van Boedapest. Er worden rondleidingen gegeven.

Kékfrankos 2006, Heimann

Nog niet zo lang geleden werd er een prachtige houten kist met vier Hongaarse wijnen afgeleverd, van Nederlands grootste wijnpr-bureau. Na een aantal fraaie presentaties van deze wijnen, onder andere op Wine Professional, worden de producenten nu ook met direct marketing gepromoot. En terecht, want het land heeft heel wat te bieden, maar de wijnen dringen nog maar mondjesmaat door tot de consument.

Kékfrankos
Afgelopen week proefde ik de eerste twee, allereerst een Kékfrankos 2006 van Zoltan Heimann en vervolgens een Törley Sec, van één van Hongarije’s oudste producenten van mousserende wijnen. Beide waren het uitstekende wijnen, maar ik had ook eigenlijk niet anders verwacht. Met de wijnen van Heimann en met Zoltan Heimann zelf maakte ik enkele maanden geleden al kennis, en was danig onder de indruk. Aan de rode kwam ik toen niet toe, maar deze Kékfrankos voorzag dan nu in die lacune.

Kékfrankos is de Hongaarse benaming van blaufränkisch, een druif die verder vooral in Oostenrijk voorkomt. Er worden soepele, fruitige wijnen van gemaakt, met veel bessig rood en zwart fruit. Ik had op een goed moment de indruk van zeer rijpe bosbessen, heerlijk! Deze wijn heeft zes maanden op eikenhout gerijpt; het hout is uitstekend geïntegreerd in de wijn en geeft structuur, smaak en kruidigheid. De Kékfrankos is voor € 9,95 te koop bij IldiVino.

Heimann
Al sinds 1758 is de van oorsprong Duitse familie Heimann actief in Hongarije. In 1990 heeft Zoltan Heimann het roer overgenomen. Hij is niet alleen bankdirecteur, maar vooral gepassioneerd wijnmaker en kartrekker van de wijnen uit het Szekszárd gebied in zuidelijke Hongarije, langs de oevers van de Donau. Samen met zijn echtgenote Agnes en twee zoons stelt hij alles in het werk om karaktervolle wijnen te maken.
Het wijngoed telt zo’n 20 hectaren, waarvan de wijngaarden verspreid liggen op de heuvels net buiten de provinciestad Szekszárd. Op het domein staan lokale druivenrassen aangeplant: kadarka, kékfrankos, kékoporto (portugieser) en diverse internationale druivenrassen.
De kékfrankosdruiven komen van drie speciale wijngaarden, gelegen op de Gesztenyés top, de heuvels van Báta en de Baranya vallei.

Szekszárd
Szekszárd maakt deel uit van de grote Pannonische wijnregio, het warmste gebied van Hongarije. Er zijn lange, droge, vaak mediterrane zomers en milde winters. De Pannonische wijnregio in het zuiden van Hongarije wordt gezien als een van de meest veelbelovende wijngebieden van het land. Het gebied staat vooral bekend om rode wijn, waarbij de topcuvées gemaakt zijn van typische Bordeaux druiven – cabernet sauvignon, cabernet franc en merlot. De rosé die hier vandaan komt wordt gemaakt van kékfrankos en merlot.

Morgen meer over de Törley Sec van Hongarije’s oudste producent van mousserende wijnen.