Vinho verde officiële wijn van culturele hoofdstad Guimarães

Vinho verde, de frisse wijn uit het noorden van Portugal, is verkozen tot officiële wijn van Guimarães, één van de tweede Culturele Hoofdsteden van Europa dit jaar. (De andere is Maribor in Slovenië.)

De Portugese stad Guimarães ligt ten noorden van de rivier de Douro en ten zuiden van de stad Braga, midden in het vinho verde-gebied.

[Lees meer...]

Espumantes: kennismaking met Portugese bubbels

Bestaat er een land waar ze geen mousserende wijnen maken? Volgens mij inmiddels niet meer. Overal produceren ze anno 2012 wel wijnen met belletjes, van Nederland tot Brazilië en van Californië tot Australië. In Tsjechië dronk ik Boheemse Sekt, in Italië Franciacorta. In Tasmanië maken ze indrukwekkende bruts, in Engeland zijn de sparklings al te vergelijken met champagnes (zeggen sommigen). België staat bekend om zijn schuimwijnen, en ik ben dol op cava, de Spaanse variant van al dat bruisends. Enkele weken geleden kwam ik zelfs in contact met twee Nederlanders die Portugese bubbels, espumantes, importeren. Dat brengt mij gelijk bij het volgende: zijn er nog wel wijnen NIET verkrijgbaar in Nederland (met uitzondering misschien van Boliviaanse?). De diversiteit aan wijnen is dankzij kleine importeurs in Nederland inmiddels zo gegroeid, dat ik zelfs aan Chinese bubbels en Japanse koshu weet te komen. Een verheugende ontwikkeling, maar het blijft natuurlijk wel zaak scherp te blijven. Is het ook allemaal drinkbaar en de moeite waard wat er naar ons land komt?

Voor de Portugese bubbels kan ik dat positief beantwoorden. Ik proefde van het jonge bedrijf Espumantes drie mousserende wijnen en was over allemaal prima te spreken. Espumantes werd opgericht door Anja Wouters en Eric Fleuren. Hun verhaal is er één dat ik al vaak gehoord heb, zeker in de voorbereiding voor de Rainbow Wijngids. Maar het blijft leuk met mensen over hun passie te praten én de uitgezochte wijnen te beoordelen.

[Lees meer...]

Frisse, aromatische wijnen uit de Dão: Casa de Mouraz

Vandaag eindelijk aandacht voor Casa de Mouraz, het wijnhuis in Portugal van Antonio Lopes Ribeiro en Sara Dionisio. Ik maakte kennis met de bescheiden Antonio op een proeverij van Coenecoop op 3 april jl., waar hij een forse reeks wijnen presenteerde, van een lichte en bloemige vinho verde 2010 tot stevige rode Dão’s en zelfs een krachtige kanjer uit de Douro. Onder andere de vinho verde staat me nog goed bij! In tijden dronk ik niet zo’n zachte en frisse vinho verde! Hij is te koop bij Ecoplaza en Marqt.

[Lees meer...]

Trouvailles

Tsja, het was er veel te druk, vrijdagavond op de proeverij bij Trouvaille in Nieuwegein. Te warm, te veel mensen, niet of nauwelijks spuugemmers… Maar de omgeving was bijzonder – een oud Waterliniefort in Jutphaas – en de wijnen uitstekend. We deden er diverse leuke vondsten, en opvallend genoeg allemaal met links naar mijn recente bezoek aan Oostenrijk en de European Wine Bloggers Conference (EWBC).


Trouvaille Un: de ports van Quevedo. Al jaren ken ik Oscar Quevedo, van ons beider blogs, maar in levende lijve ontmoetten we elkaar pas twee weken geleden, op EWBC. Oscar’s familie maakt port in S. João da Pesqueira, Douro. Oscar werpt zich met hart en ziel op de verkoop daarvan, zowel life als via de sociale media. Daarnaast maakt hij ook tafelwijn, samen met zijn zus. Toen bleek dat hij afgelopen week in Nederland was, moest en zou ik daar natuurlijk zijn ports gaan proeven. Nu zijn we al jaren fan van de ports van Churchill-Graham, maar die van Quevedo mogen er ook zijn! Een andere hand van port maken, dat wel: iets lichter en fruitiger, maar daarom niet minder lekker. We proefden het grootste deel van het assortiment door (zonder die spuugemmers dus), van de prima droge witte tot de sublieme Colheita’s van 1992, 1994 en 1995. En dan natuurlijk de Vintage 2005 en 2007: beide nog te jong om echt goed van te kunnengenieten, maar wat een mooie wijnen waren dat. Uit het glas van de Vintage 2005 kwam je gewoon een hele droppot tegemoet, vermengd met heerlijk fruitig fruit. Die Quevedo-ports krijgen een plaats in onze voorraad.

Trouvaille Deux: Eiswein van Weingut Münzenrieder (Neusiedlersee). Deze Eiswein dronken we in combinatie met een chocolade-bonbon waarin wijn verwerkt was, druppels Spätlese Zweigelt om precies te zijn. Op chocolade en wijn kom ik binnenkort nog terug. Deze Eiswein was verrukkelijk, precies de goede balans tussen zoet en zuur. En bij die bonbon… puur genieten! Dit weekend zocht ik Münzenrieder nog even op, in de gezaghebbende Falstaff Weinguide Österreich / Südtirol 2010. Geen kleine jongen, zeer avant-garde, en vooral ook bekend om rode wijnen van Zweigelt, die van die bonbon dus…

Trouvaille Trois: Roter Veltliner. Eigenlijk was de Roter Veltliner uit de Wagram een herontdekking. Aanwezig was Josef Fritz van Weingut Jozef Fritz, en al pratend bleek ik zijn wijn bij bezoek aan Kirchberg, in het moderne wijncentrum Weritas, al geproefd te hebben. Ik heb zelfs een proefnotitie van de jaargang 2009. In Nieuwegein had Jozef de jaargang 2008 bij zich, die ik eerlijk gezegd veel beter vond!
Jozef vertelde me graag meer over zijn Weingut, maar helaas liet de omgeving dat nauwelijks toe. Ik moet gewoon terug naar Oostenrijk, om al die fantastische wijnmakers weer te ontmoeten. De Steinberg 2008 van Weingut Jozef Fritz heb ik na de proeverij besteld, om binnenkort thuis rustig van te genieten.

We gaan op reis en we nemen mee….

We gaan naar Zweden en we nemen mee…… flessen wijn! Dit jaar gaat er voor het eerst wijn mee naar een vakantiebestemming. De auto zal leger zijn op de terugweg dan op de heenreis. Niet dat er in Zweden geen wijn te krijgen is: de staatswinkels van Systembolaget zijn ruim gesorteerd en ik heb zelfs een wijngaard gevonden die we gaan bezoeken. Maar de prijs ligt in Zweden toch een stuk hoger. Zo betaal je er voor een fles rosé van Phélan Segur 129 kronen, ongeveer € 12,90. Dat is hier € 9,95.

Wat nemen we dan mee? Bij de Sligro kochten we een Chileense Merlot 2006 uit de Colchuagua Valley, van Luis Felipe Edwards, en een heel bleke rosé Gris Blanc van Gérard Bertrand, uit de Languedoc. Bij Grapedistrict sloegen we wat Albariño in, Orballo van Bodegas La Val.

Vooral de Merlot en de Gris Blanc vonden we ontdekkingen. Het feit dat we een doosje Chileense wijn kochten, zegt wel wat… Zowel de Merlot als de Gris Blanc komen van grote bedrijven, waarin de romantiek van de ‘ambachtsman’ die in zijn keldertje wijn maakt ver te zoeken is. Maar dat ook zo’n moderne en grootschalige aanpak uitstekende wijnen kan opleveren, daarvan getuigen deze twee voorbeelden.

Luis Felipe Edwards (LFE) is dan ook niet zomaar een bedrijf. De familie Edwards is sinds 1976 bezig met wijnmaken in de koelere delen van Chili, de Colchuagua en de Leyda Valley. Eerst werden bulkwijnen geproduceerd, maar sinds de jaren negentig is het roer om en ligt de aandacht op kwaliteit. Wijngaardtechnieken en kelderaanpak zijn inmiddels state of the art. 12 miljoen flessen worden per jaar naar 40 landen geëxporteerd. Die 12 miljoen flessen zijn verdeeld over meer dan acht lijnen en diverse druivenrassen. Ook kosjere wijn wordt gemaakt.
Op de uitgebreide website trof ik duidelijke teksten en een korte maar simpele verklaring voor de aantrekkingskracht van de wijnen: Chileense wijnen worden vergist op lagere temperaturen dan Oude Wereld-wijnen, waardoor ze fruitiger zijn. Bij LFE wordt bovendien het schilcontact beperkt tot zo’n zes tot zeven dagen, om een gelijkmatige smaak te verkrijgen. Een uitleg die je vaker leest, maar op deze Merlot in ieder geval helemaal van toepassing is, naar mijn idee.

Ook de Gris Blanc komt van een groot bedrijf met hoge kwaliteitseisen en veel verschillende lijnen: Gérard Bertrand, gevestigd in het Zuidfranse Narbonne. Bertrand is oorspronkelijk afkomstig uit de Corbières, maar breidde sinds begin jaren ’90 fors uit door diverse aankopen. Het bedrijf bezit inmiddels 325 ha. eigen wijngaarden verspreid over de hele Languedoc en werkt samen met 40 andere wijnbouwers. Bovendien is er een partnerschap met 10 coöperaties. Net als bij LFE gaan traditie en moderne inzichten hand in hand. De Gris Blanc die we proefden is bijna grijsrose, heel aromatisch en fruitig en verrassend vol van smaak. Gebruikt druivenras is de grenache gris, die onmiddellijk na de handmatige pluk gevinifieerd wordt. Daarbij blijven de druiven tot het moment van vergisting onder een koolzuurgasdeken, om zuurstof geen kans te geven. Vergisting gebeurt bij temperaturen tussen 15 en 18 °C, rijping mag enige weken op de droesem gebeuren.

‘s Kijken of ze deze ook in Zweden hebben, en wat ze kosten… Nee, niet gevonden op de site van Systembolaget, de staatswinkels. Daarover later meer.

Foto: LFEWines

Opmars van rosé port

Dit weekend gespot bij de Sligro: een stapel rosé port van Pocas. De rosé ports grijpen om zich heen, je ziet ze steeds vaker. Naast deze Pocas was er al Croft rosé port, medeblogger Oscar Quevedo meldde onlangs dat zijn familie ook rosé port maakt en Offley komt op 1 augustus met een rosé port. De Croft port heb ik al eens geproefd, ik was er niet heel enthousiast over. Die van Quevedo probeer ik te pakken te krijgen, maar mijn bestelling bij de Nederlandse importeur is nog niet binnen helaas. Pocas heb ik dom genoeg niet meegenomen dit weekend. Uitspraken over smaak en vinificatiemethoden volgen dus nog binnenkort.

Rosé port heeft bovendien onlangs een officiële status gekregen. Op 1 juli jongstleden heeft de Portugese overheid het certificaat voor rosé port officieel verleend. Sinds die datum is aan de bestaande portcategorieën Ruby, Tawny en White Rosé toegevoegd.
Offley Port zal de eerste rosé port in Nederland zijn met de officiële benaming. Om tot een officiële portcategorie te kunnen behoren, moet een port aan hoge eisen voldoen. Alle officiële port wordt bijvoorbeeld in het portgebied gebotteld. Dit is wettelijk voorgeschreven. Het Instituto do Vinho do Porto, een overheidsinstelling die de kwaliteit van de port bewaakt, controleert verder nauwgezet of alle aangeboden monsters aan de wettelijke regels voldoen en of de smaak goed genoeg is. Wanneer alles in orde is, worden de flessen voorzien van een garantiezegel, dat niet alleen de kwaliteit van de port garandeert, maar ook een garantie is dat de port daadwerkelijk uit de Douro-vallei in Portugal komt.

Churchill blogt!

Johnny Graham, eigenaar van ons favoriete porthuis Churchill Estates, is sinds maart aan het bloggen. Alles wat je wilt weten over port en het leven van een portshipper kom je er te weten. (Nou, alles….)
Good luck to you, Johnny Graham. Nico and I will be part of a growing number of readers – while enjoying a glass LBV, Tawny Reserve or 20 Year Old Tawny of course!

Crusted Port

Het heeft er even uitgezien dat Crusted Port ging verdwijnen. Toen de Portugese wijnwetgeving voorschreef dat port voortaan gebotteld moest worden in het land zelf en dus niet meer in bulk verscheept mocht worden, zag het er slecht uit voor deze soort port. Het is namelijk een portstijl die door Engelse wijnhandelaren ‘uitgevonden’ werd; hij werd pas samengesteld als de vaatjes port Engeland hadden bereikt. Daarbij werden wijnen van verschillende oogstjaren geassembleerd tot een mooie wijn, die vervolgens nog een aantal jaren (maximaal drie) op vat bleef rusten. Daarna volgde botteling en verdere rijping op fles (minimaal 2 jaar). De datum op de fles is de datum van botteling; de wijnen in een fles Crusted zijn dan ook altijd zeker vijf jaar ouder dan de datum op het etiket!
Crusted Port wordt niet gefilterd, en ontwikkelt vanwege de rijping op fles een fors depot, of crust (korst) in het Engels. Crusted Port moet dan ook zeer voorzichtig uitgeschonken worden! Overschenken in een karaf verdient de voorkeur.

Onlangs proefde ik de Crusted Port 2002 van Churchill, waarvan maar zo’n 500 kisten gemaakt werden. Het Portugese wijninstituut heeft de soort namelijk weer toegestaan; hij wordt nu door sommige shippers, waaronder Graham’s en Churchill, in beperkte oplage op de markt gebracht. (De soort wordt echter opvallend genoeg niet genoemd op de site van het Instituto dos Vinhos do Douro e Porto).

Deze Crusted Port is misschien wel de zachtste die ik ooit proefde: veel rood fruit, tikje jammy maar al met een overgang naar noten. Heel kruidig, niet zoet, maar wel is duidelijk dat het zoete er ooit geweest is. Eigenlijk schieten woorden tekort de port te beschrijven, je moet gewoon een fles kopen!

In smaak ligt een Crusted vaak dichter bij een gerijpte Vintage dan bij een Late Bottled Vintage, die meestal jeugdiger en fruitiger is. En met een prijs van rond de 20 euro ben je met een Crusted gebotteld in 2002 veel beter uit dan met een Vintage Port 2002, waar je ruim 40 euro voor moet betalen. Bovendien is de Crusted 2002 nu op dronk en moet de Vintage 2002 nog zo’n 8 tot 10 jaar liggen, waarna hij helemaal niet meer te betalen is. Hét grote verschil tussen een Vintage en Crusted is eigenlijk alleen de herkomst van de wijn: bij een Vintage komen alle druiven uit één oogstjaar, bij een Crusted worden wijnen van diverse oogstjaren geassembleerd tot een zacht en rijk geheel, een smaak die een Vintage pas bereikt als hij vele jaren op fles heeft gerijpt. Crusted is dan ook wel ‘a poor man’s vintage’ genoemd. Nou, laat mij in dit geval dan maar ‘poor’ zijn!

Verdelho met boerenkaas

Onlangs openden we weer eens een flesje madera. Zoals altijd: een ware traktatie. Toch jammer dat zo weinig mensen het nog kennen én weten te waarderen.
Meestal dronken we óf de zoetere varianten – Malmsey en Bual – bij chocoladetaart, óf de droogste versie – Sercial – als apéritief. Dit keer had ik eens een wat onbekender flesje Verdelho 10 Year Old aangeschaft (Henriques & Henriques, Van Wageningen en de Lange, € 17,00 voor 50 cl.)

Het was een openbaring: helder karamelkleurig met een gouden glinstering in het glas, licht groene zweem over het geheel. Je ruikt prikkelende geuren van maggi, Chinese sojasaus, noten, karamel, kortom: madera. Eenmaal een slok genomen denk je even met de stroperigheid, volheid en rijpheid van Bual te maken te hebben, die echter al snel plaats maakt voor de droge afdronk en de heerlijk frisse zuren van een Sercial. Deze Verdelho heeft gewoon het beste van twee wijnen!

Net toen ik me afvroeg waar ik dit nou bij zou willen drinken – afgezien van de smokehouse amandelen die ik had gekocht – gaf Nico me een stukje rauwmelkse boerenkaas, van de jumbosoort die kaasboer Kees altijd feilloos voor ons weet uit te zoeken (Utrechtse zaterdagmarkt, Holland Kaascentrum). Dat was dus DE combinatie. De madera werd er nog frisser door. Waarom die twee zo goed bij elkaar pasten? Geen idee, maar iets zegt me dat de vijfde smaak, umami, er iets mee te maken heeft. Umami verhoogt de speekselafscheiding en versterkt de hartig zoute en zoete smaken, aldus Wikipedia. De belegen boerenkaas heeft zeker glutamaat – de stof die verantwoordelijk is voor umami -; de madera heeft het hoge smaakgehalte en het filmende mondgevoel dat eveneens op umami lijkt te duiden.
Er worden wel meer wijnen onderscheiden als ‘bezitters van de umami-factor’; Peter Klosse heeft daar onder andere onderzoek naar gedaan. Madera is wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van een wijn met ‘umami-factor’, hoe het ook precies zit. En umami of niet: bij de kaas van Kees gaat nog wel eens een fles Verdelho open!

Foto: overgenomen van Wineanorak, waar ook een goed artikel over madera staat.

Weektoppers: Meia Pipa en Meio Queijo

Iets wat we nooit eerder deden, maar dit jaar toch maar eens invoeren: huiswijnen inslaan. Flessen wijn die je zo, door de week, zonder nadenken even kunt pakken en bij van alles en nog wat kunt schenken. Voor de rode waren we er redelijk snel uit, maar voor de witte hadden we wat meer tijd nodig. Tot we bij Grapedistrict vorige week Meia Pipa Branco 2008 ontdekten, prijs € 5,95.

Meia Pipa komt uit de Terras do Sado, een wijnstreek ten zuiden van Lissabon, op het schiereiland van Sétubal. Het is een verrukkelijke witte wijn, gemaakt van de druivenrassen arinto, moscatel en fernao pires.
Arinto lijkt in smaak en structuur sterk op Riesling, wat onze voorkeur voor de wijn kan verklaren. Wijnen gemaakt van arinto werden voor de Tweede Wereldoorlog in grote hoeveelheden naar Engeland verscheept; ze stonden bekend als Lisbon Hock, waarbij Hock de Engelse aanduiding voor Riesling uit Hochheim in de Rheingau is.
Fernao pires is het belangrijkste witte druivenras van de streek; het is een makkelijke druif waar erg goede resultaten mee te behalen zijn.
Moscatel is waar Sétubal beroemd om is geworden. Nog altijd gelden de Moscatel de Sétubal als toppers onder de zoete wijnen, maar helaas is de belangstelling én de productie sterk dalende.

Meia Pipa wordt gemaakt door de firma Bacalhôa, Vinhos de Portugal. Volgens hun website is het bedrijf de tweede grootste producent van het land, met bezittingen op het schiereiland van Sétubal, in de Alentejo en nog een aantal plaatsen. De naam van de firma is afgeleid van een prachtige quinta uit de Renaissance, samen met de bijbehorende tuinen een belangrijke bezienswaardigheid in Portugal. De wijnmaakfaciliteiten van Bacalhôa dateren echter zeker niet uit de Renaissance. Hypermoderne installaties met rijen roestvrijstalen tanks en futuristische bedrijfsgebouwen domineren de Quinta de Bassaquiera, waar de Meia Pipa vandaan komt.

We gaan er binnenkort nog eens goed voor zitten, maar tijdens de proeverij noteerden we: honing en (linde)bloesem in de neus, een licht prikkeltje en frisse mooie zuren in de mond, met de indruk van grapefruit en citroen. Een sappige, vrolijke wijn voor in de tuin op het terras, maar ook voor op een regenachtige kille middag op de bank, om wat zon in huis te halen en verfrist aan het koken te slaan. En dan te schenken bij ‘alles wat zwemt’, maar ook bij salades met kaas en misschien zelfs wel bij de asperges (gaan we uitproberen). Kortom, een wijn voor heel vaak, precies wat we zochten.

Oh, en als rode wijn kozen we de fruitige en soepele Meio Queijo van Churchill, uit de Douro, ook Portugal, ook € 5,95. We hebben straks flessen Halve Kaas en Half Vat ;-)