Zo af en toe roep ik het: wat zoek ik toch op van die grote internationale handelsbeurzen? Waarom ga ik er heen, wat moet ik daar eigenlijk? Dit jaar bezocht ik op woensdag 23 mei de Londen International Wine Fair, en realiseerde me in het vliegtuig terug wat ontzettend nuttig het bezoek aan de beurs was geweest. Ik zal daarom nooit meer – openlijk tenminste – bovenstaande verzuchting slaken. Waarom? Omdat je je op zo’n beurs op de hoogte kunt stellen van trends en nieuwigheden in de enorme wijnwereld. Omdat je verder kunt kijken dan je Nederlandse neus lang is, en kunt constateren dat niet alleen in Nederland bio, fairtrade, kleine producenten, nieuwe wijnlanden en lage alcoholpercentages ín zijn! Je krijgt er beter zicht op het grotere geheel van, en kunt er een boel leren.
Onbekende wijnlanden
Zo was er op deze beurs een afdeling voor kleine producenten gereserveerd, kregen wijnen met laag sulfiet aandacht en waren er diverse paviljoens van minder bekende wijnlanden als Libanon, Rusland, Turkije, Hongarije, Slovenië (eindelijk de archiefwijnen van p&f wineries geproefd: super!) en Roemenië. Sommige van deze landen staan in het vak natuurlijk al wel bekend als goede leveranciers van wijn, zoals Hongarije, maar voor het grote publiek geldt dat nog zeker niet. Masterclasses en workshops werden verder gewijd aan onder andere biodynamie en wijnen met een lager alcoholpercentage. En er was ruime aandacht voor de rol van de social media in de communicatie tussen producenten, handel en consumenten.




Volg mij op....