Sloveense wijn bij slijter en supermarkt

In januari 2010 maakte ik er op Wine Professional voor het eerst kennis mee: de wijnen van het Sloveense puklavec & friends. Toen was nog niet bekend via welke kanalen de instapwijnen op de markt zouden komen. Inmiddels zijn die wijnen geïntroduceerd, bij zoveel de Jumbo als bij Gall & Gall. En de afgelopen maanden heb ik er opnieuw mee kennis gemaakt. Recent proefde ik twee wijnen die bij Gall & Gall verkrijgbaar zijn:
  • Ela Hill Furmint 2009, prijs € 7,99
  • Ela Hill Sauvignon Blanc & Furmint, 2009, prijs € 5,99

[Lees meer...]

Essence of Pecan: a Bottle of Living History for #WBW70

[Spoiler alert: do not scroll down if you don't want to know the plot of this story before it is time]

Tucked away in a corner of our wine storage cabinet till yesterday, was a very special bottle, bought in Barcelona in December 2008. We had found the bottle at the famous wine shop Vila Viniteca close to the Santa Maria del Mar, and bought it purely on it’s reputation and the recommendations of the founders of Catavino, Ryan and Gabriella. If memory serves me right, we paid approximately 70 euro for the bottle.
Safely back in Holland, the wine was allowed to rest, and was designated for a special occasion. Somehow, we kept postponing opening the bottle: the occassion was never special enough, it seemed. Until yesterday. Yesterday was one of those days that one plus one is three. First, it was my birthday; then Catavino send out an e-mail reminding us of Wine Blogging Wednesday #70. That, together with the warm wishes from Catavino’s Ryan and Gabriella Opaz for my birthday, did it: I knew with which bottle to celebrate my birthday ánd to take part in WBW #70, dedicated to Spanish wines.

The wines from Vouvray


There are some wine areas in the world that I always seem to forget. But luckily, they have a way of coming back to me, again and again. Such an area is Vouvray, an appellation of 2000 ha. in the middle of France, along the river Loire. I visited the area several times with the family, and once on a wine trip with the Dutch Wijnacademy. And each time I fell in love with the wines again.

The times that we visited with the family were always an absolute must on our trip: on our way to our campsite or rented house we would exit Autoroute A10 just before Tours, take route D952 along the river Loire and try to find La Vallée de la Coquette, where a friendly cooperative with tasting room is situated. On another trip, we also visited famous producer Domaine Huet.
We would stock up on the wines, and the first bottles to be opened in front of our tent would invariably be a Chenin from Vouvray! Because that is what all the wines in de AOC Vouvray are made of: the white grape variety Chenin Blanc, named after a mountain, Mount Chenin, in the south of the area.

But then, back home in The Netherlands, the remaining bottles would be emptied, sooner or later (later in the case of the bottles from Domaine Huet, since they can stand ageing very well) and Chenin would slowly be driven from our minds by other wines. Until the next holiday….

In 2008 I visited Vouvray for the last time, this time with a group of ‘vinologen’ in training; ‘vinoloog’ is the Dutch word for wine specialist. In April 2008, we arrived late afternoon, and left early in the morning, so unfortunately I could not visit the area and only had a quick glimpse of the vineyards and of the hamlets hidden in the folds of the landscape. On this trip, we were welcomed in one of the famous limestone caves by a group of very enthusiastic wine producers. We tasted their wines, took part in an excellent buffet and had a lot of fun. But after that trip, those delicious wines again were driven to the background.

Luckily for me, the Vouvray producers are a very active lot. Each year, for four years in a row now, they visit Holland’s main wine fair, Wine Professional, and organise several interesting tastings. With the support of InterLoire and Dutch marketing organisation Alter Ego, they try to warm up our restaurants and retailers to the wonderful wines of the Chenin Blanc.
At this fair, in 2010 I discovered the wines of Château Moncontour, and also took home some samples of other Vouvray wines bottled in small glass cilinders of 25 cl. A very clever way to promote the wines!

This year (2011), in January, I attended a master class on the Vouvray wines, and was struck by the diversity of the Chenin grape: sparkling, dry, semi-sweet and sweet. I know of just one other grape with which a wine maker can achieve this: Riesling. And it is probably no coincidence that Chenin and Riesling are often compared!

The first wine in this masterclass was a Vouvray Méthode Traditionelle Brut 2006 from Philippe Brisebarre. Monsieur Brisebarre himself introduced the wine, and told us about the vinification process. This Brut is allowed to stay on its lees for three years, which results in a fine complexity, with lots of yeasty impressions, aroma’s of citrus, minerals and some recognizable chenin-ness which I cannot adequately describe. Is it honey? Is it wild meadow flowers or honeysuckle?

The next three wines where dry, with different amounts of residual sugar. A rising Dutch chef, Niven Kunz, made two small dishes to accompany the wines. One was coquille saint jacques with red beet, another braised lobster. Especially the Château Gaudrelle Vouvray Sec Tendre Turonien 2009 was an excellent combination with the coquille.

To finish the masterclass, two ‘moelleux’ (sweet) wines were presented, both from Château Gaudrelle. And what a treat they were. I simply love those sweet Chenins, for their excellent balance of sweet and sour, of residual sugar and acidity!
The grapes for the Reserve Spéciale 2009 were harvested only 10 days before the grapes for the Réserve Personelle 2009, but what difference: 85 grams of residual sugar per liter in the Spéciale, 190 grams/liter in the Personelle. Both ‘moelleux’ were very different to taste and to enjoy. The Spéciale, with 85 grams/liter, was a good combination with the lobster, the Personelle was not. This last one I would like to try with apple or almond pie, with patés of duck or goose or as an apéritif.

And so, in one masterclass, we had all the different Vouvray styles before us, and once again I was reminded of the wonderful wines of this small town and appellation in France. When are we going to visit again…?

Kwarktaart met Scheurebe Auslese

Een van de succesvolste wijn-bij-het-eten combinaties met Kerst was een kwarktaart bij een Scheurebe Auslese uit de Pfalz! Eigenlijk probeer ik met dit soort feestdagen zelden iets nieuws uit; het is zo’n teleurstelling als het mislukt. Maar er was mij verzekerd dat het niet mis kón gaan, dus vooruit maar, geprobeerd. En lekker dat het was!

Erbij, op advies van de wijnproducente, een glaasje Scheurebe Auslese 2007 van Weingut Gabel: heerlijk, puur genieten. De Scheurebe is een relatief jonge druif, in Duitsland ontwikkeld door meneer Scheu in 1915. De zuren zijn lekker fris, en in de neus kun je aroma’s van rijpe grapefruit en honing ontdekken, zeker in de zoetere varianten, zoals deze Auslese.

Het recept is van Rianne Gabel, en ik kan je verzekeren: gewoon proberen. Overigens geef ik hier het volledige recept. Zelf maakte ik de taart met halve hoeveelheden, en dat ging ook uitstekend.

Nodig voor Kwarktaart zonder bodem, van Weingut Gabel

  • 200 gram margarine
  • 6 eierdooiers
  • 250 gram suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 kg magere kwark (ik nam volle, overigens)
  • 100 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 6 eiwitten

Roer de margarine romig, voeg de eierdooiers, de suiker en de vanillesuiker toe en meng goed. Vermeng dan de kwark, de bloem en het bakpoeder met de massa, en spatel er tot slot stijfgeklopte eiwitten doorheen.
Doe het geheel in een ingevette en met bloem bestoven springvorm en bak circa 1 uur op 175 C in een voorverwarmde oven.

Ik serveerde er wat frambozen bij, maar andere fruit kan ook. Volgende keer ga ik experimenteren met citroenschil in het beslag.

Eet smakelijk!

Meer over de Scheurebe van Weingut Gabel.

Timorasso, zeldzaam druivenras uit Piemonte

Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk: kennismaken met een zeldzaam druivenras door middel van de wijnen van één wijnmaker. Je hebt op die manier namelijk geen idee of de wijnen die je proeft typerend zijn voor het druivenras, of juist niet. Gelukkig doet dat verder aan het oordeel over de wijnen an sich van een betreffende wijnmaker geen afbreuk. En dat ze bij Cascina i Carpini lekkere en goede wijn kunnen maken, onder andere van het locale druivenras timorasso, dat is zeker!

Over timorasso zegt de Nederlandse editie van The Oxford Companion to Wine slechts: ‘zeldzaam druivenras uit Piëmont dat stevige witte wijn en grappa produceert’. Oz Clarke noemt de variëteit niet eens in zijn Grapes and Vines. Gelukkig biedt het web uitkomst, en is er voldoende over dit Italiaanse druifje te vinden om een beeld te vormen. Zo heeft de Sunday Times in mei 2010 een lovende column gepubliceerd, en geeft de site van Strada del Vino dei Colli Tortonesi wat basisinformatie.

Wit druivenras
Timorasso is dus een wit druivenras, dat groeit in de heuvels bij Tortona, in oostelijk Piemonte. Zoals dat met veel zeldzame druivenrassen gaat, was het enige decennia geleden nog gedoemd uit te sterven. en werd het alleen gebruikt voor grappaproductie. Slechts één koene strijder hield stand en redde uiteindelijk de druif van de ondergang. Deze strijder, Walter Massa, geldt nu als dé producent van timorasso, en heeft inmiddels zo’n 20-30 medestrijders gevonden. Eén van deze medeproducenten is Paolo Carlo Ghislandi van Cascina i Carpini. Van hem proefde ik enige weken geleden bij medeblogger Natasha een drietal wijnen van en met timorasso. En het moet gezegd: ik ben een timorasso-fan geworden!

Proefnotities
We proefden een mousserende wijn, een wijn van 100% timorasso en een blend waarin slechts 10% timorasso was verwerkt. Mijn notities in volgorde van proeven:

1. Chiaror sul Masso, Brut Spumante
(vertaling: maanlicht dat reflecteert op de stenen, aldus Natasha; of zou er ook een verwijzing naar Walter Massa inzitten?)
100% timorasso, gemaakt met de methode Charmat, waarbij de belletjes niet op de fles maar in een grote tank ontstaan. Stevige mousse, vrij gele wijn. Ruikt ‘gistig’ en vol. In de mond vol, fruitig, in eerste aanzet tikje zoet en vettig, vervolgens toch volledig droog, met prettige zuren. Aroma’s van perzik in blik. In de afdronk wat kinine, peer en honing. Een zachte, prettige mousserende wijn, die bij velen in de smaak zal vallen. Niet heel moeilijk, niet heel complex, gewoon lekker.

Ghislandi is de eerste die timorasso heeft gebruikt om een mousserende wijn te maken, en van ons mag hij dat blijven doen.

2. Brezza d’Estate 2008
100% timorasso. Geel van kleur, kruidig, tikje boenwas en honing in de neus, doet me denken aan de olijvenlikeur die ik thuis heb staan. Vol en complex in de mond, mineraal, met iets bitters in het midden, en een beetje korte afdronk. Hoge zuren, notig. Echt een eetwijn, bij stevige vette pasta bijvoorbeeld. Ik stelde me er een spaghetti carbonara bij voor, maar ook lasagne met paddenstoelen en veel room.

Van deze Brezza d’Estate werden maar 1123 flessen gemaakt. Ghislandi wil ook absoluut niet uitbreiden, maar datgene wat hij rond de eeuwwisseling is begonnen gewoon steeds beter gaan doen. Timorasso kan goed ouderen, en moet volgens de regels van de DOC Colli Tortonesi minimaal 13 maanden rijpen, waarvan 8 op de fles. De volheid van de wijn komt niet door gebruik van houten vaten, maar uit de druif zelf. Contact met de lie en natuurlijke klaring door blootstelling aan de koude winterse buitenlucht zijn bij Cascina i Carpini onderdelen van het rijpingsproces.

3. Rugiade del Mattino 2009
(vertaling: Ochtenddauw)
10% timorasso, 45% favorita, 45% cortese. Geel van kleur, kruidig, iets minder expressief dan de Brezza d’Estate. In de geur vanilleijs, drop, honing, lindebloesem. In de mond soepel en makkelijk, tikje zilt, prettige zuren, hoge doordrinkfactor.

Hiervan werden slechts 1523 flessen gemaakt. In de geur en smaak was voor mij duidelijk de timorasso te herkennen, ondanks dat er maar 10% van de gebruikte druiven uit timorasso bestond.

Het was een interessante kennismaking met een spannend druivenras, deze miniproeverij van timorasso. Hopelijk komen er de komende tijd meer flessen op mijn pad, zodat ik kan gaan vergelijken.

Shizen en koshu: over Japanse wijn voor bij de sushi

 

Als we dat hadden geweten, 20 jaar geleden, dan waren we vanuit onze minshuku aan het meer van Kawaguchi zeker even naar Yamanashi gereisd, zo’n 20 kilometer noordelijker. We waren op rondreis in Japan, hadden de berg Fuji een stukje beklommen (tot Fifth Station, er lag nog sneeuw in mei!) en bekeken de omgeving. Maar over wijngaarden of de Asagiri Wine Company lazen we niets in de reisgidsen van 1990. Rondom Yamanashi liggen (en lagen toen ook al) diverse wijngaarden, waar al sinds de 19e eeuw wijn wordt gemaakt. Belangrijkste druif is de koshu, een vitis vinifera-variëteit die via de Zijderoute in Japan terecht is gekomen. Japanse bronnen beweren dat dat al in de 8ste eeuw na Christus was!

Over Hummergraben en Pfneiszl: Blaufränkisch anders

In Oostenrijk werd ik onlangs verliefd op de wijnen van de druif Blaufränkisch, vooral die uit Mittelburgenland. Het gaat dan om volle, geconcentreerde bijna bordeauxrode, donker gekleurde wijnen die over het algemeen rijping op barriques hebben ondergaan, soms gedeeltelijk nieuw. Het hout overheerst echter nergens, de fruitigheid voert de boventoon. Het zijn wijnen voor bij het eten, bij een stevig stuk vlees. Er is echter nog een andere stijl Blaufränkisch, waar ik gek genoeg pas in Nederland mee kennismaakte, en die ik wel zo prettig vind, misschien zelfs wel beter verteerbaar, zeker voor doordeweeks.
Totaal anders
Op de proeverij van de wijnen van Herrenhof, bij Good Grapes thuis, stond ook een rode wijn op tafel: Hummergraben 2009, gemaakt van 100% Blaufränkisch. Dat bleek een totaal andere Blaufränkisch dan de stevige jongens uit Mittelburgenland, Eisenberg en Leithaberg die ik eerder in Oostenrijk zelf geproefd had. De Hummergraben was helderrood en doorzichtig van kleur, elegant, slank, soepel, met relatief lage tannines en een lekkere kruidigheid. Kleur en structuur deden aan een goede maar simpele Pinot Noir denken, type Maconnais. Heel wat anders dus dan de volle, fluwelige en donkere wijnen die ik eerder had leren kennen.
Rijtjes wijnstokken in de Eisenberg DAC
Eisenberg
Ik dacht even dat het aan de herkomst van de druiven zou kunnen liggen: Steiermark, waar Herrenhof ligt, is toch weer een heel ander wijngebied, redeneerde ik. Gottfried Lamprecht, wijnmaker van Herrenhof, blijkt de druiven voor deze wijn echter niet zelf te verbouwen in Steiermark, maar te halen in Eisenberg (Südburgenland) waar hij van een boer de oogst opkoopt. Vreemd is dat niet: Eisenberg is voor Gottfried slechts een paar heuvelruggen verder naar het oosten, 50 minuten rijden van huis. In dit gebied heeft iedere huisbezitter, en zeker iedere landbouwer, nog een aantal rijen druivenstokken in de achtertuin staan. Iedereen maakte vroeger wijn van eigen stokken voor eigen gebruik. Velen hebben daar in de 21ste eeuw echter geen zin meer in, en verkopen hun druiven of hun rijen stokken. Met als gevolg dat échte wijnboeren in het gebied Eisenberg steeds vaker perceeltjes verspreid over diverse locaties hebben, dat families samenwerken, en dat er nu langzaam ook grotere bedrijven ontstaan. Tijdens de persreis na EWBC bezochten we paar van die familie- of samenwerkingsbedrijven, waaronder Wachter-Wiesler en Vinum Ferreum in Deutsch-Schützen. We proefden er ook de wijnen, en uit ervaring weet ik: in Eisenberg maken ze Blaufränkisch met min of meer dezelfde structuur en concentratie als in Leithaberg of Mittelburgenland.
Oude mandpers
Het lag dus niet aan de herkomst van de druiven. Gottfried had de volgende verklaring voor de verschillen: “Ik ontsteel het grootste deel van de trossen, die vervolgens in een open vergistingstank gaan. Met de hand duw ik pitten en schillen onder de most. Vervolgens pers ik met een oude mandpers die ik een jaar geleden in de winter heb gerepareerd. De wijn gaat daarna in barriques van oud eiken en wordt gebotteld na tien maanden. Ik voeg alleen een klein beetje zwavel toe. Ik gebruik geen nieuw hout; dat zorgt namelijk voor donkerder en dikker wijnen. Voor mij telt de vraag: hoe smaakt een wijn écht als wijnmaaktechniek een stap terug doet?  Die oorspronkelijke smaak wil ik zo puur mogelijk zien te krijgen; dat houdt voor mij ook het bereiken van complexiteit in.”
Pfneiszl
Het toeval wil verder dat ik enige dagen na de Hummergraben een zelfde soort Blaufränkisch proefde uit het assortiment van importeur Miranda Beems. Miranda importeert Hongaarse wijnen, waaronder de wijnen van Pfneiszl Hungarian Vineyards . De wijngaarden van dit domein liggen in Sopron. En Sopron ligt… net over de grens met Mittelburgenland. Het is de grote hap uit de Oostenrijkse grens die door politieke en historische gebeurtenissen nu Hongaars is, in tegenstelling tot het omringende gebied. Deze Kékfrankos 2009 – Hongaars voor Blaufränkisch – was eveneens helderrood en doorzichtig, fris en fruitig, kruidig, elegant en slank, misschien een tikje voller dan de Hummergraben. Een zeer prettige wijn, en met slechts 12,5% alcohol. En daar houden de overeenkomsten met de Hummergraben nog niet op: Gottfried wist me wel te vertellen dat hij met Birgit Pfneiszl, een van de twee wijnmakende zusjes, op school (wijnschool, dan) heeft gezeten.
Twee stijlen Blaufränkisch, allebei uit hetzelfde gebied in Midden-Europa. Iets zegt mij dat de wijnen uit Steiermark en Sopron veel meer de nazaten zijn van een wijntraditie uit de tijd van de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie dan die uit Burgenland. De ene stijl is daarmee niet meer of minder dan de andere. Beide zijn spannend en origineel, maar leveren gewoon andere wijnen. En dat maakt de wijnwereld voor mij zo ongelooflijk fascinerend.

Malbecs van Alessandro Speri


Natuurlijk is er al weer teveel tijd verstreken. De proeverij van Argentijnse wijnen was twee weken geleden, en nu kom ik er pas toe een verslag te schrijven. Dit soort dingen moet je eigenlijk heet van de naald neerpennen, als je enthousiasme voor de geproefde wijnen nog vlammend is. Gelukkig blijven er echter meestal één of twee ontmoetingen in je geheugen gegrift. En eerlijk is eerlijk, dat zijn dan toch de ontmoetingen met de wijnen of wijnmakers die het meeste indruk hebben gemaakt, en dus absoluut een artikeltje verdienen.

Proeverij in het Amstel Hotel
Zo’n ontmoeting die blijft hangen had ik ook op 9 november in het Amstel Hotel, waar een grote proeverij met Argentijnse wijnen was georganiseerd. Zo’n vijftien producenten lieten hun wijnen proeven, vooral Malbec en Torrentés, maar ook diverse andere rode wijnen. Ik had gehoopt wat mousserende wijnen te treffen, aangezien die in Argentinië erg in opkomst zijn. Ik vond alleen de Cristobal Extra Brut Blanc de Blancs, van 100% chardonnay. Een mooie bubbel, zeer mineraal en droppig in geur en smaak, met een prettige lange afdronk. Zijn karakter komt onder andere van de 10 maanden sur lattes (liggend op zijn gist). De frisheid, die ook herkenbaar was, wordt bereikt door de druiven anderhalve maand voor volledige rijpheid te oogsten!

Alessandro Speri Winery
Terug naar waar ik het over wilde hebben. Als een van de eerste bezoekers had ik ruime keuze in het startpunt van onze proeverij. Heel origineel zijn we bij tafel 1 begonnen, met wijnen van de Alessandro Speri Winery. De charmante tafelheer bleek de eigenaar van het bedrijf te zijn, en legde ons vol vuur alles uit over zijn vier wijnen. We startten met zijn uiterst frisse MLBC Torrontés, uit 2009. Geuren van muskaat en riesling kwamen uit het glas, veel fris en druivig fruit, heerlijk verkwikkend. De torrontésdruiven voor deze wijn groeien op een hoogte van 1700 meter in de noordelijke provincie Salta. Al andere Torrentéswijnen die we op onze witte-wijnronde tijdens deze proeverij proefden, hebben het niet kunnen halen bij deze. Een absolute topper, de MBLC Torrontés. (En het woordgrapje op het etiket beviel me ook wel…)

Malbec
Ook voor het rondje rode wijn startte ik weer bij Alessandro Speri, en dit maal liet hij ons zijn Malbecs proeven. Twee jaargangen, 2007 en 2008, van de Prodigo Malbec Selección la Consulta, en de Single Vinyard Prodigo Malbec Reserva 2007. De laatste had 17 maanden op vaten van deels nieuw, deels één jaar oud Allierhout gelegen. (Allier is de streek in Midden-Frankrijk waar dit eikenhout vandaan komt).
Absolute favoriet van Speri zelf, en ook van ons, was de 2007 ‘gewone’ Prodigo Malbec, zonder een heftige houtimpressie. Heerlijk rond, fruitig en kruidig, een Malbec zoals ik hem nog weinig heb mogen proeven. Elegant, ingetogen, Europees van karakter, maar toch ook niet. Tonen van kersen en pruimen, afgeronde tannines, frisheid, goede structuur, en een alcoholpercentage dat weliswaar tegen de 14% aan zit, maar dat verder nauwelijks opvalt.

Alessandro legde ons uit dat dit was waarom hij in 2002 vanuit Italië naar Argentinië was gekomen: om top-Malbec te maken, met alle fruit- en terroirexpressie die maar mogelijk is. Vooral de Uco Valley biedt daar goede mogelijkheden voor. Zijn vader, uit de beroemde Speri-familie in de omgeving van Verona verklaarde hem voor gek, maar Alessandro zette door. Inmiddels heeft vader Speri wel erkend dat zijn zoon, samen met wereldberoemd wijnmaker Attilio Pagli, in Argentinië mooie wijnen maakt!

Prodigo
Alessandro kocht wijngaarden in de Uco Valley, een van de toplocaties van Mendoza, en begon er aan zijn project. De druiven voor de Prodigo groeien op 980 meter boven zeeniveau en worden met de hand geoogst. Van één hectare komt 9.000 kg druiven. De vergisting duurt circa 2 weken, waarbij de wijn dagelijks over de schillen wordt gepompt. Malolactische fermentatie gebeurt in houten vaten, rijping duurt zeven maanden en gebeurt op eiken vaten van Allierhout. Na nog eens vier maanden flesrijping mag de Prodigo de kelders van Alessandro Speri verlaten.

We proefden ook de 2008, die stukken jonger overkwam. Hier waren de tannines nog stevig aanwezig, echter zeker niet dominant. De zuren waren hier heel opvallend, voor een rode wijn uit een zuidelijk land. Alessandro vertelde dat hij in de vroege ochtend oogstte, om zoveel mogelijk van die zuren te handhaven. Deze 2008 zal over een jaar zeker zo mooi en fris zijn als de 2007 nu!

De Reserva, met zijn 17 maanden houtrijping, was ook absoluut een prachtige wijn, maar veel minder fruitig, veel minder ‘drinkbaar’. Van de gewone Prodigo werd ik vrolijk, die drink ik ook door de week bij een karbonade of runderlapje van de grill, of een stamppot. De Reserva is echter een serieuze kanjer die je op zondag bij het wild schenkt. Ook Alessandro zelf houdt meer van de fruitige, maar toch herkenbaar Europese en ingetogen stijl die uit zijn gewone Prodigo blijkt.

Druif van de toekomst
Alessandro is ervan overtuigd dat malbec en Argentinië een gouden toekomst wachten. Internationaal succes voor deze druif zal steeds groter worden, is zijn overtuiging. Zijn wijnen (en die van opvallende veel andere deelnemers aan de proeverij) wonnen al prijzen in Hong Kong; daarnaast zijn er lauwerkransen van vele andere competities en tijdschriften. De Malbecs van Alessandro Speri worden inmiddels verkocht in 13 landen. Ik hoop van harte dat zijn wijnen een importeur voor Nederland hebben gevonden.

2010 Scheurebe Trockenbeerenauslese


Vanuit Herxheim am Berg in de Pfalz kreeg ik gisteren een enthousiast mailtje: op Weingut Gabel waren de laatste druiven geplukt!

“Hallo Mariëlla,
Dinsdag 2 en woensdag 3 november hebben we weer druiven geplukt. Na enkele weken pauze hebben we een 2010er Scheurebe Trockenbeerenauslese geoogst. Zuren zijn 21 g/l, het mostgewicht is 219 graad Oechsle. Op die dagen was het ongewoon warm voor november, soms bijna 15º C. Zoals je kunt zien hebben we in twee emmers geoogst. De groenere druiven voor een Scheurebe Auslese, de kompleet ingedroogde druiven voor de Scheurebe Trockenbeerenauslese. Het zal een bijzondere dessertwijn worden.”


De Scheurebe is een vrij nieuw druivenras in Duitsland. George Scheu kruiste Riesling met Silvaner, en vanaf 1915 werd het resultaat gepropageerd. Of Scheu ook echt Silvaner gebruikte, wordt tegenwoordig wel betwijfeld. Mogelijk was het eerder een voorouder van Silvaner…


In ieder geval levert Scheurebe verrukkelijke zoete wijnen, vooral uit de Pfalz. Ik proefde ze al bij Gabel en vorige jaar bij Weingut Weegmüller. Rianne Gabel heeft bij de Scheurebe Trockenbeerenauslese een recept van kwarktaart, dat ik binnenkort ga uitproberen! Wordt vervolgd dus.

In Oostenrijk is Scheurebe overigens bekend als Sämmling. En zoete wijnen kunnen ze daar ook héél goed maken!


Foto’s: Weingut Gabel

Blaufränkisch .. en meer Blaufränkisch


Net als je denkt dat het je druif niet is, ontmoet je bij puur toeval die ene wijnmaker en ben je verkocht. Op maandag, de eerste dag van de persreis volgend op de European Wine Bloggers Conference, bezochten we twee rode wijngebieden in Burgenland. In het charmante openluchtmuseum van Moschendorf, op een steenworp afstand van de Hongaarse grens, proefden we de mineralige Blaufränkisch van de Eisenberg DAC. Het landschap van Südburgenland is fantastisch, de herfstkleuren in wijngaard en bos overweldigend. Maar de wijnen konden me niet bekoren. Of dat lag aan het vroege uur van proeven, of aan de af en toe stevige ijzerachtige, minerale smaak, of aan de jeugd van de wijnen, ik weet het niet. Ik besloot echter dat ik Blaufränkisch minder interessant vond.

Bezoek aan Iby
Tot we later die dag in Mittelburgenland arriveerden. In het stadje Deutschkreuz stond een handvol jonge wijnmakers klaar om ons in kleine groepjes mee te nemen naar hun wijngaarden en hun bedrijf. Anton M. Iby jr. was de eerste die vertrok, en ik sloot me bij mededeelnemers Olga, Onneca en Ryan aan om op pad te gaan. Als eerste bezochten we de wijngaarden, rondom het nabijgelegen dorp Horitschon. De naam is Hongaars en betekent iets als eikenbos, als ik het goed onthouden heb. Vroeger was Horitschon dan ook een dorp van kuipers!


Eiken en vaten
Anton Iby liet ons zijn wijngaarden Dürrau, Hochäcker en andere zien, en vertelde over bodem, snoeiwijze en type vaten. Naast vaten van Frans eiken worden door Iby ook vaten van Oostenrijks eiken gebruikt. De verschillen tussen het hout van de eikenbomen zijn subtiel, maar belangrijk voor het effect op de wijn. Iby werkt alleen met rijping op hout, maar varieert daarin sterk: gebruikte en nieuwe Franse barriques, grote houten vaten van Oostenrijks eiken (4000 liter) en barriques van Oostenrijks eiken. Een wijn van Iby, uitsluitend rood en voor altijd met een hoog percentage Blaufränkisch, verlaat bovendien het vat nooit voordat het zijn tijd is. Over zijn wijnen van Blaufränkisch zegt hij: ‘We moeten zorgen dat Blaufränkisch niet van zijn ziel beroofd wordt – met andere woorden: Blaufränkisch moet smaken naar de druiven waarvan ze gemaakt zijn, niet naar de gebruikte vinificatiemethode. Om die reden streven we ernaar druiven te krijgen met een fijne, rijpe zuurstructuur die de wijnen een fris en levendig karakter geven. Daarom zal onze Blaufränkisch nooit voor meer dan een derde deel rijpen in nieuw hout. Bovendien hebben we de toasting van de vaten aangepast.’


De bodem in dit gebied bestaat uit zware leem, het klimaat wordt sterk bepaald door de nabije Neusiedler See en de Pannonische laagvlakte. Weingut Iby werkt verder biologisch, zal volgend jaar gecertificeerd zijn én wordt geleid door twee generaties absolute perfectionisten. Kwaliteitswijn is hun doel, het beste van wat bodem en druif te bieden hebben moet absoluut bereikt worden. Vader Anton stond aan de wieg van de DAC Mittelburgenland, zoon Anton jr., inmiddels de vijfde generatie, is oenoloog en naar eigen zeggen het liefst zo weinig mogelijk op kantoor en zo veel mogelijk in wijngaard en kelder.

Vijf wijnen
Samen met Anton Iby proefden we vijf wijnen, en we leerden van deze kleine proeverij en petit comité meer dan van alle proeverijen in de dagen daarvoor! Wijn proeven met de wijnmaker zelf is de beste manier om een wijn en/of een druif te leren kennen! Zowel ikzelf als mijn medeproevers waren onder de indruk. Onneca, uit een familie van wijnmakers in Spanje en verantwoordelijk voor communicatie bij Cavas Gramona: ‘I feel I have tasted in these wines the real Blaufränkisch, an authentic expression of the people of Austria. It really surprised me, and the wines tasted super!’


Vooral de Hochäcker en de Quintus (een cuvée van blaufränkisch, zweigelt, cabernet sauvignon), genoemd naar de vijfde generatie op het wijngoed, vielen in de smaak. Ik heb het geluk dat Sauter Wijnen de wijnen van Iby importeert. Olga Mosina, wijnliefhebber en toekomstig blogger uit Moskou, kreeg een fles mee naar huis: ‘I actually had a great introduction to Blaufränkisch today. At the moment (my taste is still developping), I like wines that are full-bodied, powerful, full of character. That’s what I found in Iby’s wines and loved. They’re full of fruit that is juicy and fully ripe, but they also have nice acidity and a pleasant (slightly sweet) finish that lasted long in the mouth.’

Uitroeptekens
Mijn eigen proefnotities bestaan meer uit uitroeptekens dat uit vinologisch verantwoorde termen. Vooral het zuivere fruit – veel bosfruit als bosbes, bosaardbei, frisse bramen – de kruidigheid en de frisse zuren vielen op. Geen heftige of agressieve tannines; de wijnen zijn soepel, zwoel, zijdezacht en toch fris in de mond. En van de afdronk kun je minutenlang genieten. Ik weet nu hoe een goede Blaufränkisch uit Mittelburgenland kan en hoort te smaken. En dan te bedenken dat de jaargang 2008 die we proefden, zowel van Chevalier als van Quintus, eigenlijk nog tot 2014 moet liggen om optimaal voor de dag te komen.
Eigenlijk zou ik hier nog wat uitleg moeten geven over de DAC Mittelburgenland en de vereisten om onder deze herkomstbenaming wijnen op de markt te brengen. Ik kom hier in een ander verband echter binnenkort op terug.

De wijnen van Iby zijn te krijgen bij Sauter Wijnen.