Helaas, helaas, al mijn kennis over Sardinië en Sardijnse wijn komt uit de tweede hand. Boeken en het internet vormen mijn bronnen over de wijnen, ik ben er niet zelf geweest. (Gelukkig heb ik er al wel een handvol geproefd!) Toen ik dan ook een fles Isola dei Nuraghi 2010 van Cantine di Dolianova toegezonden kreeg, dacht ik even dat het om een wijn van nuragus ging, een zeer oud inheems druivenras. Dat bleek niet het geval: de Montesicci 2010 bleek een wijn met herkomstbenaming IGT Isola dei Nuraghi, oftewel van het eiland van de Nuraghi, de oude naam voor de Sardijnen. Gebruikte druivenrassen zijn vermentino, malvasia en nasco.
Over de Sardijnse wijnbouw heb ik gelezen dat hij al heel erg oud is: vondsten van verkoolde druivenpitten in aardewerken schalen duiden op wijnbouw al 3.200 jaar geleden. Verantwoordelijk voor de introductie van de wijnbouw zouden de Feniciërs zijn, die handelsroutes op Sardinië onderhielden tussen 1500 en 400 voor Christus. Vanuit Sardinië zou de wijnbouw zich verspreid hebben over andere delen van het Middellandse Zeegebied. In ieder geval kent het eiland ook een groot aantal inheemse druivenrassen. De hierboven genoemde druif nasco stamt uit de Romeinse tijd en wordt ook wel ‘muscus’ genoemd, vanwege zijn karakteristieke aroma’s. Sardinië produceert rood, wit en rosé. Een groot deel van de productie is in handen van coöperaties, zoals de Cantine di Dolianova waarvan ik de Montesicci proefde. Dolianova ontstond in 1949 en produceert in de 21ste eeuw zo’n 4 miljoen flessen per jaar, afkomstig van in totaal 1200 hectare wijngaarden.




Volg mij op....